De Blog van Vrijheid Radio

modernart
Gedurende de koude oorlog moest en zou de Verenigde Staten tegenover de Sovjet Unie bewijzen dat ze geen culturele woestijn waren. De Sovjet Unie had dit namelijk beweerd.

In 1947 financierde het State Departement een tournee van abstract expressionisten door diverse Europese hoofdsteden om zodoende te bewijzen dat die Amerikanen best wel gevoel hadden voor kunst.
Men had voor deze expressionistische kunstenaars gekozen omdat hun werk het gevoel van ultieme vrijheid zouden uitstralen. Het zou een enorm contrast tonen tegenover het strakke Socialistisch Realisme van de Russische propagandakunst. De tournee riep echter enorme verontwaardiging op bij zowel het publiek als bij de toenmalige president Truman. Het Amerikaanse publiek vond het onacceptabel en onbegrijpelijk dat men een onbeduidende stroming uit de moderne kunst had gekozen om om de Verenigde Staten te vertegenwoordigen in Europese musea. En de meesten zagen abstract expressionisme niet eens als kunst. President Truman bijvoorbeeld reageerde bij het zien van de kunstwerken met de volgende woorden “Als dat kunst is ben ik een Hottentot”.

De tournee werd afgelast. Gezien alle ophef besloot men het daarom maar in het geheim te doen.
Kort daarvoor, in 1947, was de Central Inteligence Agency (CIA) opgericht. Het beïnvloeden van cultuur stond vanaf dag één hoog op de agenda. Men startte Crusade For Freedom en wierf fondsen voor Radio Free Europe. Maar men deed nog meer. De CIA wilde invloed uitoefenen op talloze vormen van media.. EEn subdivisie binnen de CIA, Propaganda Assets Inventory, voerde deze taak uit. Het doel was diverse tijdschriften en kranten beïnvloeden om zodoende de Amerikaanse cultuur populair te maken in het buitenland. Ook werden er tournees gesponsord van Amerikaanse jazz, opera en klassieke orkesten. Ook werden er films gefinancierd zoals een animatie van George Orwell’s “Animal farm”.

Er doen geruchten de ronde dat de CIA in de jaren ’60 betrokken zou zijn bij het regisseren van de hippiebeweging in Californië, waarbij kennis gebruikt zou zijn uit een ander project van de CIA, namelijk MK Ultra. Ook de bij de hippies populaire geestverruimende middelen als LSD hebben een oorsprong bij de CIA.
Deze geruchten hebben echter te weinig onderbouwing en auteurs die de connectie tussen CIA en hippie trachten te bewijzen doen dit al te vaak met aannames, waardoor het moeilijk serieus te nemen is.
Desalniettemin wil ik in de toekomst mij hier verder in verdiepen, want het is best wel een interessante periode.

Terug naar de propagandaoorlog: in 1950 werd het IOD opgericht, wat staat voor International Organisations Division. Tom Branden stond daar aan het roer. Het doel was “Invloed via subsidieverstrekking”. Zo werd vanaf 1950 het congres van culturele vrijheid gefinancierd. Dit was een groep schrijvers, intellectuelen en historici die in diverse kranten en tijdschriften artikelen leverden. Alles wat gepubliceerd werd stond onder toezicht van de Amerikaanse inlichtingendienst. Via dit congres had de CIA invloed op meer dan 800 tijdschriften in 35 verschillende landen.

Midden jaren ’60 kwam aan het licht dat het CCF geregisseerd werd door de CIA waarop de hoofdredacteur van het tijdschrift Encounter opstapte.

commercial voor Crusade for Freedom

De subsidieverstrekking loopt via een fonds dat beheert wordt door ene Julius “Junkie” Fleischmann junior. Een miljonair uit een familie die kapitaal vergaarde in de productie van gist en sterke drank. Zijn broer Charles nam de zaak van zijn vader over en hij was zelf meer actief in de wereld van kunst en cultuur. Hij opende galerieën en sponsorde theaterstukken en krijgt zelf de functie van secretaris in het Museum van Moderne Kunsten in New York. Deze man beheert daarnaast ook de pot met geld waarmee de CIA hun invloed koopt in de media en cultuur.

Begin jaren ’50 besluit men de mislukte tour van Amerikaans abstract expressionisten nieuw leven in te blazen. Dit is onderdeel van operatie “Long Leash”. Werken van Jackson Pollock, Mark Rothko, en Willem de Kooning gaan wederom op tournee door Europa, ditmaal gefinancierd door het door Fleischmann beheerde Fairfield fonds.

Enkele van deze tournees zijn Modern Art in the United States” (1955), “Masterpieces of the Twentieth Century” (1952) en “The New American Painting” (1958/59).

De keuze was hoogstwaarschijnlijk op abstracte kunst gevallen om het Socialistisch Realisme zoals de Russische propagandakunst werd genoemd, strakker en minder vrij te doen lijken.
Bizar detail is dat veel van de door de CIA gefinancierde kunstenaars zelf Marxist waren.

Maar er is nog meer. Uiteraard werd er aan deze kunst verdient. Tom Branden van het IOD verzamelde deze abstract expressionisten, wat geen slechte investering was als je tevens over de middelen beschikte om deze kunst via de media te hypen, wat ook gebeurde.

Tom Branden zat tevens, net als Julius Fleischman jr in de raad van bestuur van het New Yorkse Museum van Moderne Kunst. Wie zaten er nog meer in die raad? Directeur was Nelson Rockefeller, Dan was er nog William Paley, president en oprichter CBS en eigenaar van Columbia Records. Een ander bestuurslid van het museum was John Hay Whitney, die een verleden had bij de voorloper van de CIA, de OSS. Withney volgde Rockefeller op in de jaren ’40. Rockefeller zou betrokken blijven bij het museum, dat door zijn moeder is opgericht. Nelson richt tevens het museum voor primitieve kunst op.

Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre de fondsen van de CIA publiek geld bevatte of puur uit vrijwillige giften bestonden. Zelfs in het laatste geval is het nog steeds bedenkelijk dat een overheidsdienst gebruikt wordt om kunst te promoten. Kunst die eerder door het grote publiek afgewezen werd. Hetzelfde publiek dat onvrijwillig de salarissen van de CIA medewerkers betaald, welke vervolgens kunst in het gezicht laat werpen van degene die blijk hebben gegeven dit niet te waarderen.

Uiteindelijk bleek het niets anders dan een propagandamachine te zijn voor de MoMa

Maar wanneer we kijken hoe erg de Nederlandse overheid de afgelopen decennia openlijk cultuur en kunst heeft gesubsidieerd met publiek geld, waaronder veel abstracte kunst, dan valt het bovenstaande verhaal, waarbij sprake was van private fondsen, nog mee.

Hieronder nog even de feiten op een rijtje met wat naslagwerk erbij.

Johan Jongepier

 

Wie waren de hoofdrolspelers:

Waarmee werdt er gespeeld?

  1. Een heleboel Amerikaans belastinggeld (exacte bedrag is onduidelijk)
  2. HetAmerican Abstract Expressionisten: Jackson Pollock, Robert Motherwell, Willem de Kooning and Mark Rothko

Wanneer speelde het zich af?
Periode 1950-60

Naam van de operatie?
Operatie “Long Leash”

Waarom gebeurde dit?

  • Achtergrond: koude oorlog > propaganda oorlog vs Sovjet Unie,
  • Doel: om aan te tonen dat de kunst v/d VS meer intellectuele en creatieve vrijheid had dan de Russische propagandakunst
  • Oorsprong: 1947 State Departement sponsorde tour “Advancing American Art”, (in antwoord op Sovjet claim dat US ‘n culturele woestijn was)
  • Reactie:
    • onrust bij Amerikaanse publiek
    • Afkeur Truman: als dit kunst is ben ik een Hottentot
    • Hysterische beschuldigingen van McCartey jegens Avantgarde
  • Gevolgen: Tour stopt > Dilemma > beslissing: geheime operatie
  • Reden:
    1. stoppen tour zou het idee ondermijnen dat VS een  hoogstaand, cultureel rijke democratie was
    2. Men wilde graag dat New York cultuurhoofdstad zou worden ipv Parijs

Hoe gebeurde dit?

  • CIA subdivisie > Propaganda Assets Inventory (1947) met invloed op 800 kranten, tijdschriften en andere media
  • Volgende stap > International Organisations Division (IOD) (1950) olv Tom Braden
    Invloed via subsidoeverstrekking:
    • filmindustrie: George Orwell animatie “Animal Farm”,
    • internationale tournees Amerikaanse jazz, opera en symfonie orkesten.
    • Invloed in uitgeverijen
    • Invloed kunst > America’s anarchistische avant-garde beweging, het Abstracte Expressionisme.
  • Congress for Cultural Freedom (CCF)
    • Groep schrijvers, intellectuelen, historici en artiesten,
    • gehuisvest in 35 landen
    • Tientallen tijdschriften oa Encounter magazine
    • Sponsoring van tournees door grote Amerikaanse steden:
      • “Modern Art in the United States” (1955)
      • “Masterpieces of the Twentieth Century” (1952).
      • “The New American Painting” (1958/59)
  • Betrokkenheid Farfield Foundation en Rockefeller
    • Nelson Rockefeller, president Museum of Modern Art in New York, was grootste sponsor, maar had ook contract met CCF
      Het bestuur van dit museum:
      • William Paley, (president en oprichter CBS en eigenaar van Columbia Records) zat in raad van bestuur Museum’s internationale activiteiten.
      • Voorzitter van raad John Hay Whitney zat voorheen bij CIA voorloper OSS
      • IOD chef Tom Braden was secretaris en tevens groot verzamelaar van deze abstracte kunt
      • Julius Fleischmann, tevens voorzitter Farfield Foundation gebruikte CIA geld om in kunst te investeren

Enkele bijzonderheden

  • Kunstenaars waren over het algemeen extreem links (Marxist, Trotkyist)
  • Operatie strikt geheim:
    • Publiek zou verontrust worden (kunstvorm niet populair)
    • artiesten zelf waren er niet van op de hoogte en hadden het zelfs niet op prijs gesteld dat ze door de CIA gebruikt werden
    • Zo stapte Stephen Spencer in 1967 op als hoofdredacteur bij zijn eigen kunstmagazine Encounter toen bekend werd dat de CIA de hoofdsponsor was.

Quotes
IOD chef Tom Braden, tevens groot verzamelaar van de kunst die hij op kosten van de belastingbetaler promote:

We wanted to unite all the people who were writers, who were musicians, who were artists, to demonstrate that the West and the United States was devoted to freedom of expression and to intellectual achievement, without any rigid barriers as to what you must write, and what you must say, and what you must do, and what you must paint, which was what was going on in the Soviet Union. I think it was the most important division that the agency had, and I think that it played an enormous role in the Cold War”

It was very difficult to get Congress to go along with some of the things we wanted to do – send art abroad, send symphonies abroad, publish magazines abroad. That’s one of the reasons it had to be done covertly. It had to be a secret. In order to encourage openness we had to be secret.

“It takes a pope or somebody with a lot of money to recognise art and to support it, And after many centuries people say, ‘Oh look! the Sistine Chapel, the most beautiful creation on Earth!’ It’s a problem that civilisation has faced ever since the first artist and the first millionaire or pope who supported him. And yet if it hadn’t been for the multi-millionaires or the popes, we wouldn’t have had the art.

Braden over Farfield Foundation:

“We would tell him what we were trying to do and pledge him to secrecy, and he would say, ‘Of course I’ll do it,’ and then you would publish a letterhead and his name would be on it and there would be a foundation. It was really a pretty simple device.”

 

Bron:

The Independent

CIA library

Overige Referenties:

3 Responses to De propagandastrijd tijdens de koude oorlog

Geef een reactie







04/02/11

Ante nunc quis imperdiet aliquam litora eu mollis quis. Sem a congue non malesuada erat a mi mollis suspendisse volutpat libero.
Read more...



03/21/11

Nulla eu posuere pulvinar tellus velit tempus ipsum eget tempor. Eget id gravida nisl lectus. Curabitur rhoncus mi nullam felis.
Read more...



03/15/11

Massa egestas metus nibh aliquam in praesent. Pellentesque in nulla magnis imperdiet cras blandit ac praesent orci mi.
Read more...



03/15/11

Ac dolor dapibus nisl enim mollis tortor donec donec justo fusce arcu dignissim ipsum penatibus nullam nec nullam.
Read more...



Rhoncus nulla duis felis arcu phasellus nisl lorem eu. Fringilla nisi odio at orci egestas sem nisi augue pulvinar nisl pellentesque mauris imperdiet felis massa sit.


email@photica.com